Werken in onroerende staat

Service: 
Dienstverlening

Het aanbod van Poolstok binnen organisatieontwikkeling breidt uit:

Werken in onroerende staat - deze fiscale gunstmaatregel geldt ook voor overheidsinstellingen

Sinds 1 januari 2018 is een nieuwe fiscale maatregel van kracht voor werkgevers die werken in onroerende staat verrichten. De maatregel voorziet dat de werkgever een gedeelte van de verschuldigde bedrijfsvoorheffing op de lonen van de tewerkgestelde werknemers in ploegverband niet aan de fiscus moet doorstorten. Ook de publieke sector geniet van deze maatregel.

Oorspronkelijk werd verondersteld dat de maatregel enkel van toepassing is op de privésector. Maar na analyse bleek dat de maatregel ook voor de publieke sector geldt. Poolstok helpt je graag verder samen met één van onze partners hierin: EY en BDO.

Welke voorwaarden gelden er?

Om van de vrijstelling van de doorstorting van bedrijfsvoorheffing te genieten, moet de werkgever aan enkele voorwaarden voldoen.

  • Een of meer ploegen van minstens twee personen die hetzelfde of complementair werk verrichten moeten de werken uitvoeren. Vanaf een ploeg van minstens twee ambtenaren spreekt men reeds van ploegenarbeid.
  • De vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing geldt enkel voor ambtenaren met een minimumloon van € 14,19 per uur (bruto).
  • Het moet gaan om werken in onroerende staat. Dit definieert de maatregel ruim. Het gaat niet enkel om bouw of verbouwingswerken, maar ook om de inrichting, de herstelling, het onderhoud of de reiniging van onroerende goederen. Denk bijvoorbeeld aan schouwvegen, het onderhoud van rioleringen, wegenaanleg, tuinaanleg en bosbouw.
  • Het moet gaan om werken op locatie. De werken moeten dus op de werf plaatsvinden.

Meer financiële ruimte in de begroting

Het bedrag voor de vrijstelling wordt berekend op het belastbaar loon van de betrokken werknemer. De maatregel geldt voor belastbare bezoldigingen zoals lonen, wedden en voordelen van alle aard. Het vakantiegeld, de eindejaarspremie en achterstallige bezoldigingen komen niet in aanmerking. Het concrete bedrag aan bedrijfsvoorheffing dat werkgevers niet aan de fiscus moeten doorstorten bedraagt in 2020 18%.

De vrijstelling kan openbare besturen dus al snel een zeer mooie loonlastverlaging opleveren en meer budgettaire ademruimte in de vaak krappe overheidsbegrotingen creëren.

De maatregel is immers zowel van toepassing op contractuele medewerkers alsook statutaire ambtenaren. Net bij die laatste groep drukken de jaarlijks stijgende loonlasten zwaar op de begroting. Dit is echter ook de groep waar het financiële voordeel van de nieuwe fiscale maatregel het meeste doorweegt.

Fiscale zekerheid en risicobeheersing

Als werkgever is men verplicht om een nominatieve lijst op te stellen met de gegevens van de werknemers voor wie de fiscale maatregel van toepassing is. Bovendien moeten werkgevers bij een eventuele controle door de fiscus aan de hand van de nodige documenten kunnen aantonen dat ze aan alle voorwaarden voldoen. Goede documentatie is dus cruciaal. 

Tijd voor actie

De nieuwe maatregel is van toepassing op bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 1 januari 2018. De bedrijfsvoorheffing die openbare besturen reeds betaalden voor 2018 kan, mits het indienen van een bezwaarschrift, teruggevorderd worden. Hiervoor moeten openbare besturen wel de nodige ondersteunende documenten toevoegen. Wie dus nu in actie schiet, de nodige data over zijn personeel verzamelt en analyseert, plukt daar meteen de vruchten van.

(tekst door EY)